Filometer
 
Niets schokkends en niets nieuws. Ik rem net voor een aantal stilstaande auto's op de snelweg, als op de radio Bram Sterk wordt opgeschakeld.
Met zijn uiterst vermoeide stem vertelt hij mij dat de rij voor mij zo’n acht kilometer lang is. Ik kan er niet meer af.
Altijd nog beter dan de stem van Jon Bakker, die overdreven vrolijk de meest gruwelijke ongelukken weet te melden en de schrikbarendste lange files uitkraait.
Ik raak niet uit mijn doen door de file. Ben wel wat gewend. Even denken hoe ik mijn tijd ga vullen.
Eerst maar eens wat lui bellen. Als ik iedereen heb lastig gevallen en niemand meer weet, vraag ik mij af hoe lang de file nog is. Maar vooral hoe lang het nog allemaal duurt. Met mijn Iphone speel ik nog een spelletje Wordfeud en val nog wat mensen lastig met een tweet, totdat er achter mij wat mensen zenuwachtig worden omdat ik een gat laat vallen, van een autootje of tien. Ik sluit weer aan. Eén keer heb ik dat niet gedaan en wilde de toeteraars nog wat extra frustreren, maar toen begonnen ze mij over de vluchtstrook in te halen. En dat is niet leuk.
Ik gooi m’n Iphone aan de kant en raak in overpeinzing. Opnieuw over fileduur…Wat heb ik er aan als Bram of Jon het aantal kilometers file noemt? Hoeveel auto’s zijn dat? Als er niet te veel mensen zijn die grote gaten laten vallen en er 5% vrachtauto’s tussen zitten passen er waarschijnlijk zo’n 140 in een kilometer. Meer dan 1000 dus in mijn geval. Nou dat weet ik dan en dan weet ik dus nog niks. De verveling slaat toe en ik type op de TomTom Monaco in. Binnen een mum van tijd verteld jufrouw Jannie (haar koosnaampje) dat dit ruim 2000 km weg is en dat ik daar 22 uur over doe. Inclusief de files. Na Wenen en Warschau probeer ik Australië, maar dat gaat op een of andere manier niet. Ik stop ermee.
De tijd wil niet vlotten. Ik besluit mijn snelheid te meten. Deze ligt onder de 1 km per uur en ik moet dat doen met mijn horloge en de hm-paaltjes. Bram laat nog even gapend weten dat de file is aangegroeid tot 17 kilometer en het doet mij genoegen dat ik dus zeker aan de goede kant van het midden van deze file sta. Het troost mij niet echt. Bram zegt dat er een vrachtwagen op de rechterrijstrook met pech staat. Daar heb je tenminste wat meer aan. Maar nog niet alles. Weet je zeker dat er maar één baan over is? Of is het daar een achtbaansweg en wordt je ook over de vluchtstrook geleidt? Vast niet. Nee het is één baantje. Zo hebben wij dat nou eenmaal in Nederland.
Ik overpeinsde mijn leven en doodde daarmee ongeveer een kilometer file.
Ik kwam terug op de filelengte. tegenwoordig zie je boven de weg van die handige borden die aangeven hoe lang je er over doet om ergens te komen. Dat is inclusief de vertraging. Maar tenzij je op je forenzenroute zit, weet je dan eigenlijk nog niets. Ja wanneer je aankomt, maar niet hoe ver het nog is en ook niet hoelang je daar nou weer voor moet stilstaan. Want zo zit een automobilist nou eenmaal in elkaar. Hij rijdt liever twintig minuten dan dat hij stilstaat.
Een zwevende file, die dus zo’n beetje 5 km per uur rijdt, is in de beleving van mensen dan ook veel minder ergerlijk dan  compleet stilstaan. Vooral als er boven je hoofd een bord staat die aangeeft dat je 50 mag. Wie dat bedacht heeft…? waarom niet gewoon het woord file?
Ik probeer te komen tot een andere definitie van de wachttijd door medeweggebruikers.
We weten de lengte van de file, we weten het aantal auto’s en we weten de vertraging. Wat we niet weten is de hoeveelheid ergernis die het oplevert. En we hebben daar ook geen maat voor.
Let maar eens op: als u in een langzaamrijdende file zit van drie kilometer, dan is dat minder erg dan voor een open brug te staan en al die mastjes ziet uitsteken boven de kade, die er nog doorheen moeten. De open brug levert minder tijdsverlies op maar veel meer ergernis.
Tijd dus voor een nieuwe maatstaf. De filometer.

Om daar te komen moet je om te beginnen het aantal kilometers nemen. dat vermenigvuldig je met de tijdvertraging en dat deel je dan weer door je irritatiegrens. Dat is een getal tussen 1 en 10 waarmee je aangeeft, hoe jouw irritatiegrens ligt. Op zich een hele berekening, want dat is je leeftijd gedeeld door je opleiding maal je levenshouding. Maar bij de meeste mensen komt daar een getal uit tussen de 4 en 7.
Dat vul je in de formule in en daarna vermenigvuldig je het met het weer. Dat is op een schaal van 1 tot 5 van zonneschijn tot storm. Daarna deel je alles door je ochtendhumeur en vermenigvuldig je dat met het aantal nog af te leggen kilometers. dat is van belang, want een file aan het begin van je reis is erger dan aan het einde. En ten slotte vermenigvuldig je dat met de wortel van je bestemming, naar huis of naar je werk.
Als alles uitgerekend is heb je een mooi getal. Daarbij geldt, hoe hoger het getal hoe minder irritatie. Dat is afgekeken van de gevoelstemperatuur. Hoe lager hoe vervelender.
Als iedereen nu dit begrip gaat gebruiken, dan krijg je de volgende verkeersinformatie
A 28 5 filometer, A50 3 filometer etc.
Bram doet dat nog steeds zuchtend en Jon blèrt het uit, maar je weet wel waar je aan toe bent. Ik ga de filometer tot standaard verheffen.

Intussen staan er nog een twintigtal auto’s voor mij stil en zie weer van alles in beweging komen. Ik ben de file uit.
Ik mijmer nog wat na, wordt daardoor bijna overreden door vrachtauto en met een wit gezicht kom ik op mijn werk aan.
Hartstikke druk daar. Moet dit nog doen moet dat nog doen en ook nog op tijd weg vanavond, want het is vrijdag. Opschieten dus.
Bij mijn tweede kop koffie was ik de file alweer vergeten. En mijn ergernis en mijn filometer.
Opvallend hoe snel je een file weer bent vergeten.
De filometer haal ik nog wel weer eens van stal. Misschien maandagmorgen. Maar nu eerst weekend.......!


©Ghans Dorrebrein
 

Home