5 Lieve papa
Home
Hij zit klemvast in de buis. Misschien wel voor de honderdste keer probeert hij zich los te rukken door wild om zich heen te slaan. Maar de buis is te nauw of misschien is hij zelf wel te dik.
De panische toestand waarin hij zich te laatste uren had bevonden, heeft plaatsgemaakt voor een uitzonderlijk medelijden met zichzelf. Iets wat men in het algemeen niet zo ver­wacht van hem. Hij staat bekend als een stug en agressief type en de meeste mensen hebben een hekel aan hem, of gaan hem op z'n minst uit de weg. Zelfmedelijden past niet zo in zijn veronderstelde gedragspatroon. Toch zou hij, indien hij daar de fysieke mogelijkheid toe had gehad, nu in tranen zijn uitgebarsten. Hij vraagt zich af, hoe hij ooit zo stom heeft kunnen zijn in hun val te trappen.
Goed, hij weet dat men zijn dood wenste en hij had zich daarop ook geestelijk volledig ingesteld. Hij is altijd attent geweest op dreigend gevaar en heeft zich zelfs heel zelden in hun buurt gewaagd. En nu was hij dan toch gevangen. Hij gaat een zekere dood tegemoet en dat weet hij.
Achteruit gaan is onmogelijk en vooruit gaan zou absoluut de verdrinkingsdood in
de diepte betekenen. Als hij hier zou blijven hangen, betekent dat de hongerdood. Ook al zouden ze hem vinden, dan laten ze hem nog, zonder gewetensbezwaren sterven.

Hij wordt filosofisch. Hij weet dat je oog in oog met de dood je leven aan je geest voorbij laat trekken, maar hij krijgt het niet voor elkaar. Hij pijnigt zijn hersens met allerlei
vragen. Is de val voor hem opgezet, of is het toeval? Waarom wil men juist hem dood hebben? Hij heeft nog nooit een mens kwaad gedaan. God wat knelt die buis. Zijn gedachten dwalen af naar zijn neef met claustrofobie.
Er schijnt licht door de buiswand, maar hij kan er niet door­heen kijken. Af en toe valt er een schaduw op de buis, maar daar schrikt hij niet meer van. Hij realiseert zich dat je eigenlijk aan alles went, in wat voor situatie je ook bent.
Zouden ze hem thuis missen? spookt het door z'n hoofd. Waar­schijnlijk nog niet. Hij wordt duizelig, zijn hersens werken lang­zamer. Zou dit doodgaan zijn? Als het niet erger wordt, dan is het toch wel een mooie dood, bedenkt hij zich.

Lotte pakt haar flesje Cola en zuigt aan het rietje.
“Mama," roept Lotte, "er komt niets uit.”
"Misschien is het rietje verstopt,” zei de moeder en haalt het uit het flesje.
"Bah, er zit een wesp in,” vervolgt de moeder met afgrijzen, "gooi dit rietje maar gauw weg dan haal ik een nieuwe voor je.”
Lotte gaat naar de vuilnisbak en gooit het rietje weg.


©Ghans Dorrebrein