VUILNIS

In ons dorp is het zo geregeld dat vuilnis, dat te groot is voor het vuilnisvat, apart wordt opgehaald door de gemeentereiniging. Je belt gewoon even en je kunt het donderdagmorgen voor zeven uur langs de straat zetten. Dat doet natuurlijk niemand. Iedereen zet z'n vuilnis woensdagavond buiten.

De buurvrouw van de hoek had eindelijk na jaren haar slaapkamer gemoderni­seerd en daarbij een nieuw ledikant aangeschaft. De mannen die het nieuwe ledikant brachten, wilden niets geven voor het oude. Sterker nog, ze wilden het niet eens voor niets hebben. Wel waren ze zo vriendelijk het ledikant even in de tuin te zetten, waar het nog enige weken heeft gestaan. Buurvrouw heeft nog bij diverse mensen geprobeerd het ding in de maag te splitsen, maar tevergeefs......
Uiteindelijk belde ze de gemeentereiniging om het ding op te laten halen en woensdagavond, vlak na het eten, werd het ledikant door twee neefjes aan de straat gezet.
De buurman schuin tegenover haar, zat zoals gebruikelijk voor het raam. Bij het zien van dat gezeul herinnerde hij zich, dat hij ook nog een klein tafeltje had wat hij weg wilde gooien. Niet dat hij te beroerd was om zelf te bellen, maar hij vergat het eenvoudigweg altijd. Hij slenterde naar de schuur, pakte het tafeltje en zette het naast het ledikant.
Die vent van twee straten verderop, die altijd zo nodig in onze straat zijn hond moet uitlaten, kwam weer langs. Hij zag het vuilnis en even later kwam hij aansjouwen met een opgerold oud tapijt.
Na twee uur stond er al zoveel dat het leek op een dependance van de VAM.

Tegen schemering kwamen de opgeschoten jongeren en werden als door een magneet aangetrokken door deze tijdelijke vuilnisbelt. Ze konden er fantastische dingen mee doen. Het tafeltje was in een trap een bouwpakket geworden en het ledikant werd, net als een oude fauteuil gepromoveerd tot trampoline. Zelfs een met een touwtje bij elkaar gebonden bosje oud hout kreeg alle aandacht. Toen alles zo'n beetje over de hele straat was verspreid, gingen ze weer weg.
De buurman van nummer vier, die al een tijdje getergd voor het raam had staan kijken, durfde nu het helemaal donker was geworden, ook naar buiten te komen en begon in de rotzooi te snuffelen. Hij had graag dat tafeltje willen hebben, maar goed, de overgebleven plankjes kwamen misschien ook nog wel eens van pas. Het ledikant, nog een paar planken en een fietsband, verhuisden naar zijn schuurtje.
Een half uurtje later verscheen er een man met een fiets. Hij scharrelde wat rond  tussen het vuilnis, vond een oude pan en stopte deze in z'n fietstas. Hij bekeek de hoop kritisch, alsof hij bij de Bijenkorf liep te winkelen en besloot zijn bakfiets te gaan halen. Op hetzelfde moment kwamen er een paar kerels, die helemaal niet uit onze buurt kwamen, nog een ledikant dumpen.
De bakfietsman had kennelijk een hele grote schuur, want hij laadde een enorme hoeveelheid op. De belt begon al behoorlijk te verminderen. Er kwamen nog een paar duistere figuren kijken, gevolgd door iemand met een afschuwelijk oud Hanomagbusje die het restant oplaadde, op een ledikant na.
Toen buurvrouw van de hoek 's morgens om zeven uur uit het raam keek, stond er een ledikant langs de straat. Maar niet haar ledikant. Stomverbaasd ging ze naar buiten. Toen ze de deur opendeed, zag ze nog net twee mannen met het ledikant weglopen.

De gemeentereiniging is die dag niet geweest. Die weten hoe dat gaat als er voor een ledikant wordt gebeld.


©Ghans Dorrebrein


Home