Goed Nederlands

Ik heb laatst gelezen dat je alle getallen tot en met tien, in tekst altijd voluit moet schrijven.
Dus dat doe ik dan ook trouw en maak dan prachtige zinnen, zoals
Met 11 man zaten we in twee auto’s en reden over de A2 (ja, uitzondering) We gingen naar voetbal en het ene elftal (ja, uitzondering) stond al klaar. Terwijl de andere 11 nog in de kleedkamers zaten.
De scheidsrechter wist zo 1-2-3 (Ja, uitzondering) niet wat te doen en riep een van de andere 11 spelers bij zich. Hij vroeg of zij alvast een beetje het publiek konden entertainen door alvast wat een-tweetjes te laten zien. Maar gelukkig druppelden de andere spelers een voor een het veld op.
Hij floot en tien van de 11 man stoven op de bal af.  Als idioten. De scheidsrechter moest wel 10 of twintig keer fluiten voordat er een, en laat staan 11, luisterden. Een van de tegenstanders stond met zijn rug naar veld te mijmeren. De grensrechter vroeg wat hij stond te doen. Ik vier dat ik 25 ben geworden vandaag.
Kortom ik houw me er wel an. Ik bedoel die schrijfregels.

Al veel en veel eerder had ik gelezen dat je “hun” alleen gebruikt, als het bezittelijk is. Dus: hun boek en hun huis. In alle andere gevallen is het hen of zij. Dat gehoord hebbende ging ik er op letten.
Veel mensen doen dat dus fout! Hun hebben, of ik ga naar hun toe hoor je steeds vaker. En dat stoort me. Ik maak zelf veel taalfouten, maar deze weet ik nou toevallig en ik let er dus erg op. Maar het gaat dubbelop. Ik let er op en de mensen op de TV doen het steeds vaker fout.
Ik heb een collega die uit het noorden komt en zij bedoelt: “zij wilden” zegt ze steevast: “hun wouden” Ik leg dan aan haar uit dat je dat alleen kunt zeggen als je het over Brazilie hebt. Dan klopt het.

Maar intussen heeft het bij mij en mijn gezin door de jaren fobische vormen aangenomen. We kijken elkaar altijd aan als iemand hun zegt en zeker wanneer iemand in een of andere talkshow dat doet, dan kijken we elkaar meesmuilend aan. Maar zeggen niets.
Zelf kunnen we het woord hun niet meer uitspreken. Het lukt gewoon niet. Zelfs als het wel klopt. En dus gaan we regelmatig de fout in. We zeggen dan hen boek, hen auto en hen hen. Dat is hopeloos vervelend en hopeloos fout. We henkeren er naar om er vanaf te komen.


©Ghans Dorrebrein
Home