Mijn nieuwe vrouw

Ik had weer eens genoeg van mijn vrouw en wilde weer scheiden. Dat heb ik elke week en ééns per jaar doe ik het ook echt. Ben inmiddels aan mijn 28ste vrouw bezig en ben nog geen vijftig.
Ik hou wel van afwisseling. Dat heb ik ook met honden, met mijn werk en ook met drank. Het is maar zelden dat ik twee dagen achter elkaar dronken ben. Van hetzelfde merk.
Nee, variatie moet er zijn in mijn leven. En dat gaat ook prima, want ik kan altijd wel weer een nieuw vrouwtje vinden. Deels komt dat omdat ik, als ik het in alle bescheidenheid mag zeggen, een Adonis ben en voor een klein deel komt het omdat ik mijn dames altijd uit dat ene tehuis haal. Het kom-aan-mijn-lijf-huis. Daar wonen de dames die enige uiterlijke handicaps hebben zodat, om het voorzichtig te zeggen, niet alle mannen direct bovenop ze springen. In ieder geval, heb ik het daar eens per jaar voor het uitzoeken. Sommigen zijn daar al langer en kijken elk jaar smekend naar mij of ik ze deze keer uitzoek. Maar goed, daar zet ik me dan overheen en neem per definitie de jongste. Daar heb ik zo mijn redenen voor. Ik vroeg de eerste keer om een niet-opgeruimde vrouw. U moet dat niet verder vertellen, maar dat is omdat ik niet al te groot geschapen ben. Voelt ze er ook wat van. Dat was toen allemaal niet goed begrepen en wat bedoelde ik nou en zo en zo. Nu neem ik gewoon de jongste, ongeacht het uiterlijk, dan heb ik de meeste kans op een goede "passing"
Als je het goed doet is het ook niet duur. Je hoeft namelijk niets te betalen als je zo'n vrouw “koopt”. Je hoeft er alleen maar voor te zorgen dat ze niet terugkomt. Zodra ze zich weer meldt in dat huis, moet je betalen. En niet weinig ook, zeg. Dat wil je niet. Dat geldt maar voor een jaar, en daarom duren mijn huwelijken altijd op zijn minst een jaar. En gaat het echt niet, ik bedoel is een jaar me te lang, dan zorg ik wel dat ze niet naar dat huis terug gaat maar naar een blijf-van-mijn-lijfhuis. Daar heb ik zo mijn maniertjes voor....
Hier hoefde dat niet want deze had ik nu veertien maanden. Een werkelijk record. Maar het was dan ook niet zomaar een vrouw. Ze is nu negentien en had, toen ze kwam, haar op haar armen, op haar borst en haar benen. Met veel pijn en moeite (vooral pijn voor haar) heb ik dat er weten af te krijgen. Bossen kwamen er af. Maar toen was het dan ook wel een mooi plaatje wat er onder uit kwam. Zelden zo’n mooi exemplaar gezien en ze zou, zodra ik haar weer weg doe, echt niet terug hoeven naar dat tehuis. Ware het niet dat al dat haar terugkwam op een andere plaats: haar tanden. Niet letterlijk natuurlijk, maar ze had ineens heel veel kapsones gekregen, vanwege haar mooie lichaam. En dat ben ik niet gewend. En die kapsones ben ik ook niet gewend.

Balancerend op het snijpunt van een lekker ding en een grote bek, heb ik het dan toch nog vier maanden uitgehouden. Ik hou er niet van als een meisje iets wil of niet wil, vooral als het anders is dan dat ik niet wil of wil.
Het afscheid was toch nog onverwachts en vooral heel gevoelig voor mij. Ze gaf me de bons. Ze zei gewoon dat ik op kon hoepelen. Nou is dat huis van mij. En al die spullen ook en zelfs zij is van mij, dus ik zat er maar een beetje om te lachen. Maar dat was uiterlijk vertoon, want inwendig kookte ik van woede. Ik wilde juist aanstalten maken om voor haar een enkele reis blijf-van-mijn-lijf te bewerkstelligen en pakte daartoe wat gereedschap, waaronder een keukenmes, toen er een gestalte achter me stond. Ik voelde dat gewoon. Ik voelde ook dat het een hij was, dat hij twee koppen groter dan ik was en dat zijn polsen net zo dik waren als mijn dijen. Alleen bij hem was het dan nog eens geen vet ook. Ik voelde ook dat hij een dreigende blik had naar mij. Merkwaardig wat je zoal kunt voelen, nietwaar. Het kwam misschien ook doordat ik voor een grote spiegel stond.
Ik elk geval besloot ik het mes weer netjes in de la te leggen. Maar het mocht niet baten.
De reus pakte mij op, tilde mij boven z;n hoofd en liet mij vallen. Dat was niet leuk, want ik kwam op een bijzettafeltje terecht. Het was ook niet leuk omdat hij het niet een keer deed, maar negen keer. En alles waar ik op terecht kwam ging kapot. Nadat al het meubilair zo plat was als een dubbeltje, wilde hij met me praten. Praten...! Stel je voor. Hij wilde mij wat uitleggen. Nou daar zat ik echt niet op te wachten en ik had best een redelijk vermoeden van wat hij wilde zeggen.
Ik deed dan ook wat mijn vrouw had gewenst: ophoepelen. En wel als een speer. Ik snap nu nog niet dat ik met zoveel gebroken botten zo hard weg kon rennen. Maar dat lukte en dat lukte zelfs tot het volgende stadje.
Ik strompelde langs het blijf-van-mijn-lijf-huis, keek twijfelend en verlangend naar de voordeur, maar vermande mij en kreupelde verder.
Maanden heb ik in het hospitaal gelegen om alle stukjes weer min of meer ordentelijk aan elkaar te laten zetten. Geen bezoek. Gelukkig maar.
Eindelijk mocht ik er weer uit. Ik durfde niet naar mijn woning en probeerde ergens iets te huren, gemeubileerd en wel.
Ik heb er veel van geleerd. Vooral toen ik na twee weken toch weer een meisje ging halen. De jus was er een beetje van af bij mij. En dat vonden de daar aanwezige dames vooral. Niemand wilde! Nou, dat was anderhalf jaar geleden wel anders. Toen lagen ze aan mijn voeten.
Uiteindelijk wilde er dan toch eentje mee. Een Russische vrouw. Alleen ze zoop als een ketter. Of als twee ketters.
Ze was niet mooi. Maar daarom zat ze daar natuurlijk ook. Ze had haar op haar armen en een snor. Intussen kon ik daar wel doorheen kijken. Haar dijen waren zo dik, dat ik mij niet kon voorstellen dat zij haar benen uit elkaar kon doen, al was het alleen maar om naar het toilet te gaan. Haar borsten hingen vanwege hun gewicht met scheerlijnen aan haar nek en ze had handen als een gorilla. Kortom ik had me een mooi stuk vlees in huis gehaald. Uiteindelijk is het dan ook zo gegaan. Ik heb haar een kalmerend drankje gegeven, in stukken gezaagd en deels te drogen gehangen en de rest in de vriezer gestopt. De honden uit de buurt heb ik nog weken kunnen voeren met haar lever.
Nu na drie maanden, eten wij, mijn nieuwe vrouw en ik, er nog steeds van. Binnenkort is het kerst en er is nog genoeg over voor een vorstelijke Russische maaltijd.


©Ghans Dorrebrein

Home