Mijn nieuwe vriend

Hoofdstuk 1

Mijn nieuwe vriend kreeg een hartaanval.
Ik had hem ontmoet op een kruispunt. Hij met zijn fiets en ik met mijn auto.
We kwamen allebei van rechts. Maar dat doet er niet toe, want hij ging linksaf en ik rechtsaf terwijl we naast elkaar reden. Waren we maar rechtdoor gegaan allebei. Nadat we niet al te zachtzinnig tegen elkaar aan waren gebotst, kreeg ik een stomp. Of liever een knal voor mijn kanis, want we waren in Amsterdam. Na deze kennismaking plakte ik wat pleisters op zijn knie en op mijn kaak en vergoedde ik hem die fiets. Mijn verzekering wilde dat niet. Dat wist ik toen al want ik had een achterstand in betalen van 3 jaar. Daarna goot ik hem vol met koffie en gebak en zo werden we vrienden, daar op dat terrasje op het Rembrandtsplein. Jarenlang hield onze vriendschap stand. Hij omdat hij me aardig vond en ik omdat ik bang was voor hem. Maar dat wist hij niet. De nachtclubs waren het leukste. Daar kon je dingen doen, waar je thuis niet aan hoefde te denken. Daar had ze nog nooit van gehoord. En wilde er ook niets van weten. Samen daarna zo dronken mogelijk worden en kotsend voor het politiebureau liggend, opgepakt worden en thuisgebracht. Thuis bij hem dan, want dat hoefde ik niet te flikken. Hij ook niet en had daarom een speciaal flatje voor dit, en andersoortige omstandigheden.
 
Door hem kon ik mijn jeugd opnieuw beleven. En dat met mijn 45 jaar. Ook al zopen we ons te pletter, het was toch niet het enige wat we deden. We gingen ook uit vissen. We lieten onze dames ons wegbrengen naar Volendam, stapten in een bootje en gingen op Marken weer van boord. Vrij weekend riepen we tegen elkaar. En de dames maar denken dat we braaf aan het vissen zijn. Effe naar het flatje om om te kleden en hup de stad in. Feesten, zuipen, wijven....
Ik kwam, voorzien van de nodige spiritualiën om 2 uur ‘s nachts een kroeg uit met een of andere lellebel en zag een dame in een veel te kort zwart jurkje, gearmd tussen twee heren, voor mij uit lopen. En ik kende die persoon. Die schoentjes, dat figuur, dat haar... Ze had toch wel erg veel weg van iemand die mij in een ver en grijs verleden eens eeuwige trouw had beloofd. Ik knipperde nog eens met mijn ogen en schudde met mijn hoofd wat alcohol naar beneden. Op een donker plekje stopten ze en de handen van de heren kwamen overal op haar lichaam, daar waar ik niet graag zou willen dat ze aan mijn vrouw zouden zitten. Ik kwam wat dichterbij en herkende de kirrende geluidjes die ze maakte niet. Ze is het gelukkig niet dacht ik.
Maar ze was het wel. Mijn bloedeigen vrouw! Met twee van die kerels? Ik voelde het bloed naar mijn kaken stromen. Dat vuile ontrouwe kreng. Naast me begin het wicht te gillen. Ik was zo kwaad dat ik haar hard kneep. De twee kerels keken op. Mijn vrouw niet. Die was te verdiept in haar spel. Ik duwde het schepsel naast me de nacht in en balde mijn vuisten. Ik stond stil en vroeg me af wie ik eerst zou meppen, die rechtse die linkse of mijn vrouw, dat rottige ontrouwe wezen. Ik kon niet besluiten en liep op het stel af. Ik hoefde ook niet te besluiten, want toen ik in de buurt was begon mijn vrouw te gillen en kreeg ik een linkse van die rechtse en andersom geloof ik. Ze waren goddomme allebei een kop groter dan ik.
Ik ging gestrekt en wist een tijdje niks, totdat iemand aan mijn oor zat te trekken en op mijn wang zat te slaan. Het was mijn nieuwe vriend. Hij had het van een afstandje gezien. Dat was je vrouw niet, sukkel. Wat doe je nou, zatlap. Maar ik wist het zeker. Ze was het.
Zondagmiddag. We hadden de boot in Marken weer opgepikt en werden in Volendam door zwaaiende echtgenotes opgewacht. Kopschuw kuste ik mijn vrouw op haar wang en zij keek me ook niet aan. Mijn nieuwe vriend stond allerhartelijkst zijn vrouw te tongen op de steiger en deed of er niets aan de hand was.
Wij gingen ons weegs. Mijn vrouw reed en ik zat er naast.
Leuk gevist? Ik keek zo trouw als mogelijk was.
Ja, was prima
En jij? Leuk de stad in geweest? Ze keek de andere kant op.
Oh ja, was heel gezellig.
Doodse stilte. Veel te lang.

Het vervolg.
Voor een happy end, ga naar hoofdstuk 2 Voor een bad end ga naar hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2
Thuisgekomen, lagen er drie natte handdoeken in de badkamer. Ik keek er naar en zei niets. Zij zag dat ik er naar keek en zei ook niets. Rode vlekken in haar hals.
Ik nam haar in mijn armen en rook aan de rode vlekken. Het heeft niet geholpen, hoor, drie keer douchen, ik ruik de after shave nog steeds, wilde ik zeggen, maar deed het niet.
Mijn vrouw wilde ook iets zeggen, maar deed dat ook niet. We wisten het allebei: als je verder praat, ga je alleen maar meer liegen. En je maakt het steeds maar erger. Maar zwijgen maakt verdacht. En helemaal als je het allebei doet.
Plotseling twee dikke tranen uit haar ogen. Ik zat nog aan haar vlekken te snuffelen. Hete druppels in mijn nek. Ik dacht, daar komt het: de bekentenis.
Maar nee, het was niet meer dan een: ik heb zo naar gedroomd. Het verhaal wat er tussen de regen van tranen door kwam was wel zo ongeveer wat ik gezien had, het enige dat niet klopte was, dat ze het niet leuk vond met die twee mannen.
Ik begon te twijfelen. Word ik nou gek, of heb ik het gedroomd? Of samen gedroomd? Had ik nou echt teveel gedronken? En heb ik haar toen gebeld en dit verhaal verteld? Of was het echt? Die knal voor mijn kanis in ieder geval wel….
Compleet in verwarring stond ik te suizebollen en keek mijn vrouw verdwaasd aan. Zij perste er nog een paar extra tranen uit terwijl ze zei: “ Die mannen waren wel echt, maar ik niet…”
Ik schonk een fikse borrel in en ging zitten, maar ging gelijk weer staan om er nog een in te schenken. Na een stuk of vier, vijf vroeg ik aan mijn vrouw of ze ook iets wilde drinken. Samen borrelden we de avond door. Althans na een uur viel ik met hoofdpijn in slaap.
De volgende morgen was alles weg. Mijn hoofdpijn, mijn pijn in m’n kin, haar vlekken en haar tranen en zij zelf ook trouwens.
Er was niemand, alleen de poes, die hard zat te grommen naar mijn kater.
De deur zwaaide open en mijn vrouw stond daar. Met een geweldig dienblad vol met ontbijt. Niet een boterhammetje jam, maar echt iets wat je in een luxe hotel zou verwachten. Met haar hoge hakken ging ze in bed zitten, wat wel erg afstak tegen mijn kalknagels aan mijn tenen.

Hoofdstuk 3
Thuisgekomen, lagen er drie natte handdoeken in de badkamer. Ik keek er naar en zei niets. Zij zag dat ik er naar keek en zei ook niets. Rode vlekken in haar hals.
Ik pakte de drie natte handdoeken en tuigde haar daar helemaal mee af, tot ze niet alleen in haar nek rode vlekken had, maar over haar hele lichaam. Dat wilde ik tenminste, maar dat durfde ik niet.
Daarom zette ik mijn handen in mijn zij en keek haar streng aan. Vuile smerige ontrouwe trut, hoerenkind, slet en sloerie wilde ik roepen, maar ze was me voor: “ Ik weet alles van jouw visuitjes. Ik weet ook alles van het flatje van jouw zogenaamde vriend. En ook alles wat je in die nachtclubs hebt gedaan. Ik wankelde, probeerde een stoelleuning te pakken te krijgen maar vergat mijn handen uit mijn zij te halen. Onzacht en onzalig brak ik een paar tanden op de leuning en lag met mijn handen in mijn zij op de grond te bloeden. Mijn vrouw keek triomfantelijk. Even stond het conflict op een laag pitje, vanwege wat medische handelingen. Toen ik uiteindelijk weer kon praten, deed ik het niet. Ik had een goed excuus en die gebruikte ik ook. Maar mijn vrouw vulde de leemte met een stortvloed aan woorden. Ze wist het al lang en had expres met twee mannen lopen flirten om mij te straffen. Daar waar ze dacht waar ik was en dat was ook zo. En ze wilde van me af en zou het daarna met nog veel meer mannen doen en met nog meer tegelijk enzovoort enzovoort.
Het liep nogal hoog op, maar nadat ik haar een paar tanden had uitgeslagen konden we op gelijke voet praten.
Na nog een heel theater besloten we te gaan scheiden. En dat deden we dan ook.

Ik was gelukkiger dan ooit en er ging geen dag voorbij of ik lag kotsend voor het politiebureau. En ze mochten me naar huis brengen want er was toch niemand meer die het niet mocht weten.
Na twee weken was het over en was ik niet meer zo gelukkig.
Hoe het met mijn ex ging weet ik niet, want ik zag haar nooit meer.
Nou ja, één keer nog, en toen was het te laat. Zij kwam uit een zijstraat van rechts op de fiets en ik reed op de hoofdweg rechtdoor op mijn brommer. Zij dacht dat ze voorrang had en ik ook. We raakten elkaar met de voorwielen en vlogen over de kop.
In de lucht herkenden wij elkaar en raakten elkaar weer kwijt omdat zij de gracht in dook en ik onder een bus kwam.

Wij vonden elkaar terug bij Petrus. Precies op hetzelfde moment. We keken elkaar lang aan en kusten elkaar. Zachtjes, want er zaten nog wel wat scherpe kantjes aan de tandjes.
Hand in hand klopten wij aan de hemelpoort. We waren nog lang en gelukkig dood.

Hoofdstuk 3a
Voor de die hards nog een bad-bad end

Wij vonden elkaar terug bij Petrus. Precies op hetzelfde moment. We keken elkaar lang aan en kusten elkaar. Zachtjes, want er zaten nog wel wat scherpe kantjes aan onze tandjes.
Hand in hand klopten wij aan de hemelpoort, maar die ging niet open. Achter ons ging een klein deurtje open en het werd warm. Mijn vrouw keek om en riep: “Lucifer?”
“Ik rook niet” zei ik, maar zag toen wat ze bedoelde.
We hebben het nog heel, heel lang, heel, heel warm gehad.

Hoofdstuk 4 (slot)
En die hartaanval dan?
Die heeft er niets mee te maken, maar was wel fijn. Voor mij dan.


©Ghans Dorrebrein
Home