Pilletje

Ik zat in een kroeg en kreeg een pilletje.
Een pilletje om te schrijven.
Een pilletje om te schrijven? Iedereen kan toch schrijven. Nou ja, de meeste mensen in ieder geval.
Ja maar het gaat hier om creatief schrijven. Een verhaaltje maken of een roman of een detective.
Heb jij dan zo’n pilletje nodig?
Ja, eigenlijk wel en dat zit zo.

Ik was 14 en kende zo zachtjes alle ins and outs van het leven wel dus ik was volwassen. Ik besloot dan ook te stoppen met school en werd full time schrijver.
Ik had nog nooit iets geschreven, maar schrijver van boeken leek me leuk en ik ging aan de slag. Elke dag sprong ik al om 12.00 uur uit de veren en als je er zo vroeg bij bent kun je lekker veel doen. En die tijd heb je wel nodig. Je hebt namelijk nog wel meer te doen dan je werk: je schrijven. Je moet eten, je hebt je sociale contacten op de hoek van de straat, je moet toch uit kunnen gaan en je moet ook nog op vakantie. Kortom: bomvolle agenda.

Mijn eerste manuscript was klaar toen ik 29 was. Her was een roman over een familie met ingewikkelde familierelaties. Ik ga natuurlijk niet alles vertellen, maar bijvoorbeeld mevrouw A gaat samenwonen met meneer B. Mevrouw A had al een dochter C en meneer B had al een zoon D. Dochter C en zoon D gingen met elkaar aan de haal en zelfs trouwen, en zo werd mevrouw A zowel moeder als schoonmoeder van C en meneer B was papa en schoonpapa tegelijk.

Nou, dit soort zeer gevatte en gecompliceerde situaties schudde ik zo uit mijn mouw. Het is een gave zal ik maar zeggen. Een talent.
Het werd trouwens nog veel interessanter toen meneer B er vantussen ging met dochter C, maar meer zeg ik er niet over. Koop het boek...!

De grote dag brak aan en de uitgevers verdrongen zich bij mijn presentatie. Ik had een mooie zaal in het Hilton afgehuurd – dank je wel pa – en alle Nederlandse uitgevers en wat collega schrijvers uitgenodigd om een boekenbal sfeertje te creëren. Daar was Harry natuurlijk en Renate, Saskia en Tomas. Ja, allemaal lui waar ik ook binnenkort in één adem mee wordt genoemd.
Het bijzondere was dat ik, waarschijnlijk als eerste op de wereld, mijn manuscript ging veilen. Op die bijeenkomst mogen de horden uitgevers een bod uitbrengen. Als je een bestseller kunt schrijven zoals ik dat kan, dan verdien je het natuurlijk om de beste prijs te krijgen. En dat het echt een bestseller zou worden bleek wel toen ik het aan een vriendje van mij liet lezen. Hij was compleet onder de indruk. Meer heb je toch niet nodig als schrijver...

De horden uitgevers bleken zwervers te zijn uit de buurt. Ik had dat bord van vrije toegang niet voor de deur moeten zetten.
In mijn latere leven ben ik nog wel echte uitgevers tegengekomen, maar dat waren toch wel opvallend dezelfde typetjes. Niet zo vreemd, dat ik het verschil niet zag.

Ik heb mij toen twee maanden verdiept in de soorten whisky die er bestaan. En dat voor een fervent Beerenburg drinker. Ik ben niet voor niets de enige, nog levende, fan van Hendrik Beerenburg, de uitvinder, die toch al zo’n drie eeuwen dood is.
Er zijn meer dan 2000 soorten whisky. Ik wist dat niet. En ook niet dat we in Nederland vooral Schotse whisky drinken. En ik vanaf dat moment dus ook een tijdje. Ook heb ik eens gekeken waar whisky van wordt gemaakt en hoe.
Verbluffend als je bedenkt dat het gewoon van gerst en graan komt en in houten vaten wordt gerijpt. Kortom ik heb er die tijd alles over geleerd en ook hoe ze smaken. Maar wel zonder ijs. Altijd zonder ijs, want ik haat verdunnen.
Veel, heel veel whisky heb ik uitgeprobeerd voor mijn studie. Zeker de helft van de bestaande soorten. Ik kan me van die periode niet herinneren dat er een moment was dat ik helemaal nuchter was.

Na deze kater raapte ik mezelf bij elkaar en ging met mijn manuscript onder de arm zelf de uitgeverijen af. Ook dat ging niet helemaal zoals gedacht en mijn zelfvertrouwen taande. Soms werd ik niet eens binnen gelaten. Langzaam kwam ik tot het besef.
Op het laatst was ik helemaal weggezakt en mijn ego geknakt. De laatste uitgeverijen heb ik zelfs de voetzolen afgelikt om mijn levenswerk gepubliceerd te krijgen.
Uiteindelijk heb ik – dank je pa - het boek in eigen beheer uitgegeven. Gewoon zelf laten drukken en aan de man laten brengen door wat vriendjes.
Het was een mooi gedrukt boek met een leuke omslag en een foto van mij op de achterkant. Het zag er heel professioneel uit en het leek wel een echt boek zei mijn vriendje, die ik daarop, in een heel primaire reactie, van zijn voortanden ontdeed.

Het boek vloog de winkel uit. In totaal 32 exemplaren in de eerste week. Daarna werd het stil.
Stil in de boekwinkel, stil rondom de verkoop van mijn boek, stil in mij en stil om mij.
Ik sleepte mij nog wel naar een stuk of veertig bibliotheken in het land, om te vragen naar mijn boek, die ze niet hadden en te vragen of ze hem dan wilden bestellen. Met allerlei gemurmel over policy en zo, lukte dat ook niet.
Ten einde raad sprong ik van de Kinsbergenbrug in Den Helder. De dood zou uitkomst brengen. Ik had speciaal Den Helder gekozen, omdat daar ooit mijn eerste vriendinnetje woonde en waaraan ik nog altijd met weemoed terugdenk. Komt goed van pas als je er een einde aan wilt maken.
Maar de dood was nog wel een beetje weg, want behalve dat de brug maar twee meter boven het water is, kwam er net een boot (of schip, dat weet ik nooit) van Rijkswaterstaat langs die mij met zo’n hijskraantje zo uit het water viste. Het was mij niet gegeven.

Ik probeerde daarop de andere helft van de whiskysoorten en na nog eens twee maanden begaf ik mij weer in het sociale leven. Huilde wat uit bij vriendinnetjes, die mij op een of andere manier wel een beetje wisten te troosten en jammerde wat tegen vriendjes. Het duurde niet lang of mijn omgeving was op de hoogte van mijn grote mislukking en mijn grote verdriet.
En toen kreeg ik dat pilletje.

Achterdochtig begon ik van alles te vragen. Er zat onder andere efedrine in en nog wat zaad van een exotisch plantje waar ik de naam maar niet van kan onthouden. En nu ik wist dat er efedrine in zat, wist ik nog niets. Nu heb ik wel eens wat geëxperimenteerd de afgelopen 15 jaar met wisselende resultaten. Ik heb denk ik bijna alle soorten drugs wel een keer heb gehad, maar nooit zat er iets tussen wat ik blijvend ben gaan gebruiken. In tegenstelling tot roken en drinken, ben ik er niet aan verslaafd geraakt. Ja, sterk hé, van mij.
Toch twijfelde ik. Je hoort van die rare dingen tegenwoordig. Ze geven je van alles. En het maakt mij niet uit als ik er dood van ga, maar als ik er alleen maar ziek van wordt, ik bedoel zonder dood te gaan, dan pas ik er voor.
Uiteindelijk heb ik mij over laten halen en daar zat ik achter mijn bureau, mijn vingers boven het toetsenbord, links een pakje zware Van Nelle, rechts een glas Boomsma Beerenburg en twee pilletjes in de kraag, te wachten op inspiratie.
Na vijf minuten haalde ik mijn armen uit de starthouding en plantte ze onder mijn hoofd. Er gebeurde niets. Geen inspiratie, maar ook geen vreemde gevoelens.
Na nog eens tien minuten naar een leeg scherm staren, begonnen mijn oren te suizen. Eerst heel zachtjes en later iets harder. Dat gaf hoop, hoewel er nog geen letter op het scherm stond. Ik sprak mezelf toe, dat ik wat geduld moest hebben en wachtte opnieuw. Het begon bij mijn grote teen. Tinteling. Dat had ik wel meer dacht ik of misschien dacht ik dat niet en gaf er geen aandacht aan. Mijn hele voet tintelde nu en mijn andere voet begon ook. Mijn hart pompte er als een gek een overdosis bloed naar toe, maar het terugkerende bloed nam de tinteling mee naar boven. Ik was eerst een beetje geschrokken, want het voelde zo vreemd aan, maar eigenlijk was het wel een lekker gevoel. Na een poosje waren de tintelingen al mijn armen aangekomen en ik dacht nu gaat het komen. Maar schrijven zit niet in je vingers, ten minste niet letterlijk, maar in je hoofd. Alsof ik langzaam ondergedompeld werd in whisky (zonder ijs) zo kroop de tinteling langs mijn oren, verder naar boven.
En toen gebeurde het.
Het beeldscherm werd roze, daarna lila en vervolgens paars. Ik kon niets meer onderscheiden, zelfs mijn toetsenbord niet. Mijn rug rechtte zich en ik stak mijn handen uit naar het toetsenbord. Achter me stond Hendrik mij aanwijzingen te geven.

Ik typ normaal gesproken altijd met drie vingers en een duim (voor de spatie), maar nu kon ik plotseling alle vingers en duimen gebruiken. Het spoot er uit. Ik kon het niet lezen want ik zag allemaal golfjes op het scherm. Rode golfjes. Ik wist ook niet waar het verhaal over ging, want zo geavanceerd zijn die pilletjes nu ook weer niet.
De vonken schoten van het toetsenbord en als ik niet af en toe pauzeerde voor een slok Beerenburg en wat te roken, zou de boel oververhit zijn geraakt en zijn ontploft.
Geen idee hoe lang het heeft geduurd, maar het leken wel uren. Blaren op mijn vingers en het ergste was dat elke aanslag het geluid gaf van stotende biljartballen. Een compleet biljarttoernooi in mijn hoofd. Ik typte door en door en door.

Op een gegeven moment werd ik wakker.
Bleek dat ik alles had gedroomd, behalve van die Beerenburg. De fles was bijna leeg.
Op het scherm stonden allerlei onsamenhangende tekens en op hier en daar een woord na, was er was niets van te maken. Het eindigde met de letter B. Niet één keer de letter B, maar pagina’s vol. Miljoenen B-tjes.
Ik was in slaap gevallen. Voorover met mijn gezicht op het toetsenbord, met mijn neus op de letter B. En de computer die wil wel; onvermoeibaar spuugt hij de B-tjes op het scherm.

Ik heb het spul uitgeprint, zonder die B-tjes natuurlijk en voorgelegd aan een paar mensen. Niemand kon er iets van maken. Ook niet ome Jan, de grootste puzzelaar van de buurt, ook niet mijn wijsneuzerige achterbuurjongen met pukkels, die altijd alles weet en ook niet mijn psychiater. Ik heb het nu naar de CIA en de NASA gezonden met verzoek om de code te breken. Het zal vast wel een telepathische overdracht zijn vanuit een ander zonnestelsel of zo. Ben benieuwd wat ik er van hoor.

En dit verhaal? Ja en nee. Dit verhaal is gemaakt zonder en met dit pilletje. Met dit pilletje omdat anders het verhaal er niet was en zonder dat pilletje omdat anders dit verhaal er niet was.
Maar wel met een Beerenburg. Van Boomsma natuurlijk...!

©Ghans Dorrebrein
Home